3 oefeningen die je kunnen helpen bij overmatig piekeren
1. Het piekerkwartier
Pak pen en papier, bij voorkeur een schrift of blocnote. Zet een timer op 10 of 15 minuten. Schrijf in die tijd alles op wat er in je opkomt aan piekergedachten. Zonder te filteren of te corrigeren.
Tijdens dit kwartier mag alles er zijn. Je hoeft niets op te lossen.
Als de timer afgaat, leg je het weg. Sluit het schrift en laat ook in gedachten het piekeren daar liggen. Je kunt later zelf kiezen of/en wanneer je er weer naar kijkt.
2. Adem- en verbeeldingsoefening
Ga comfortabel liggen of zitten. Sluit je ogen. Adem een paar keer rustig in en uit.
Leg je handen op je buik en voel hoe je buik meebeweegt met je ademhaling.
Stel je voor dat je in een open veld ligt en omhoog kijkt naar de lucht. Wolken drijven langzaam voorbij.
Wanneer er een piekergedachte opkomt, leg je die denkbeeldig op een wolk. Kijk er even naar, zonder oordeel, en laat de wolk rustig verder drijven.
Breng daarna je aandacht weer terug naar je ademhaling. Neem hier de tijd voor.
Komt er een volgende gedachte? Dan herhaal je hetzelfde.
3. Wat weet ik nu echt?
Kies een piekergedachte die steeds terugkomt.
Zeg de gedachte één keer hardop of in jezelf.
Stel jezelf daarna rustig de vraag:
“Wat weet ik nu, op dit moment, zeker?”
Vaak blijft er iets heel eenvoudigs over, zoals:
"ik zit hier"
"ik adem"
"ik voel spanning"
"ik weet niet wat er gaat gebeuren"
Blijf even bij dat wat je wél zeker weet. Zonder het te hoeven veranderen.
Deze oefening helpt je om uit je hoofd en terug naar het moment te komen.
Tot slot:
Sta eens stil bij het idee dat jij niet je gedachten bént. Gedachten komen en gaan, vaak zonder dat je er bewust voor kiest. Hoe vaker een gedachte zich herhaalt, hoe echter hij kan aanvoelen, maar dat maakt hem nog niet waar. Door niet meteen mee te gaan in elke gedachte, ontstaat er ruimte. En in die ruimte komt vaak vanzelf wat meer rust.

